Aanbodeconomen
Een aantal geleerden uit De Klassieke School werden als grondleggers van de economie als wetenschap beschouwd. Deze economen waren Adam Smith, David Ricardo, Thomas Malthus en Jean-Baptiste Say.
Klassieke economen gingen ervan uit dat de productie altijd werd verkocht. Er was sprake van een aanbodgerichte economie. Jean-Baptiste Say formuleerde in de naar hem vernoemde wet: 'elk aanbod schept zijn eigen vraag'. Deze aanname van de klassieke economen had verregaande gevolgen voor hun opvattingen over het functioneren van de economie en hun oplossingen wanneer er sprake was van overproductie.
Adam Smith legde in zijn Wealth of Nations (1776) de nadruk op de ordenende functie van het prijsmechanisme. Hierdoor zou volgens hem iedereen zich in vrijheid (zonder overheidsingrijpen) kunnen ontplooijen. Deze opvatting behoort tot het klassiek of economisch liberalisme. David Ricardo werkte de ideeën van Smith verder uit.
Jean-Baptiste Say had naast zijn aanbodgerichte theorie nog een andere bijzondere verdienste. In de 18e eeuw ging men ervan uit dat de waarde van een goed te bepalen was aan de hand van de opgeofferde productiemiddelen. Met andere woorden: de tijd die in het vervaardigen van een product was gestoken bepaalde de waarde van het product. Say trok dit in twijfel en veronderstelde dat de waarde van het product mede te bepalen was door het subjectieve nut of de waarde die de consument aan het product hecht.